ECLI:NL:RVS:2023:4007
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 6 juni 2023 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 10 juli 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat een zogenoemde loopbrief als bewijs geldt dat om internationale bescherming is verzocht volgens artikel 20, tweede lid, van de Dublinverordening. Dit impliceert dat het overnameverzoek niet tijdig was ingediend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van 6 juni 2023. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.511,00 die door een derde beroepsmatig zijn gemaakt. De uitspraak werd op 31 oktober 2023 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het besluit van 6 juni 2023 om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt toegewezen.