ECLI:NL:RVS:2023:401
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- A.S. Sanchit-Premchand
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake dwangsom bij kindgebonden budget
De Belastingdienst/Toeslagen wees de aanvraag van appellant om kindgebonden budget over 2013-2017 aanvankelijk af. Na bezwaar verklaarde de dienst het bezwaar gegrond en kende het budget alsnog toe, inclusief een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelde dat de dwangsom verschuldigd was en legde de dienst een dwangsom van €1.442 op.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat op grond van de Awir geen dwangsom verbeurd wordt indien het na te betalen of terug te vorderen bedrag lager is dan €30. Omdat het bedrag nihil was, was de dwangsom ten onrechte opgelegd. Het beroep tegen het niet vaststellen van een dwangsom werd ongegrond verklaard.
Verder werd het beroep tegen het besluit van 5 juni 2021, waarin het kindgebonden budget alsnog werd toegekend en een dwangsom werd toegekend voor een bedrag hoger dan €30, ongegrond verklaard. De rente op het toegekende bedrag werd berekend conform de Awir, enkelvoudig vanaf 1 juli van het jaar volgend op het berekeningsjaar. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank over de dwangsom, verklaarde het hoger beroep gegrond en de overige beroepen ongegrond.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de dwangsom is toegekend; het beroep tegen het besluit tot toekenning van het kindgebonden budget wordt ongegrond verklaard.