ECLI:NL:RVS:2023:4018
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische onderbouwing en passende woning
Appellant woonde met zijn vrouw en drie minderjarige kinderen in een driekamerappartement met twee slaapkamers en vroeg een urgentieverklaring aan vanwege medische redenen en de beperkte woonruimte die volgens hem de psychische en sociale ontwikkeling van de kinderen belemmerde. Ook stelde hij dat de gezondheid van zijn vrouw door de situatie werd beïnvloed. Het college wees de aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, omdat de woning passend was bij gezinsuitbreiding en het woonruimtegebrek voorzienbaar was.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de afwijzing, waarbij hij medische stukken overlegde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de aangevoerde medische verklaringen en ondersteunende brieven onvoldoende aantonen dat de woning de oorzaak is van de gestelde ontwikkelings- en gezondheidsproblemen.
Het college heeft bovendien een termijn gegeven voor aanvullende medische gegevens, maar appellant heeft hier geen gebruik van gemaakt. De Raad van State vindt de gemotiveerde beoordeling van de rechtbank juist en volledig en ziet geen reden om daarvan af te wijken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.