ECLI:NL:RVS:2023:4082
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.M. Willems
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugkeerbesluit en inreisverbod ondanks ontbreken ondertekening
De vreemdeling, met de Paraguayaanse nationaliteit, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, kreeg een inreisverbod opgelegd en werd in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof het ontbreken van een ondertekening op het terugkeerbesluit. De vreemdeling stelde dat dit het besluit onrechtmatig maakte en daarmee ook het inreisverbod en de maatregel van bewaring. De Afdeling oordeelde dat hoewel ondertekening geen wettelijk vereiste is, het ontbreken ervan een gebrek vormt omdat het besluit daardoor niet kenbaar en toetsbaar is. Echter, dit gebrek werd met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat de staatssecretaris het besluit voor zijn rekening nam en geen afstand deed van de inhoud.
De Afdeling concludeerde dat het gebrek de belangen van de vreemdeling niet heeft geschaad en dat het terugkeerbesluit rechtskracht heeft gekregen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Wel werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten die verband houden met het gebrek in het terugkeerbesluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten worden bevestigd ondanks het ontbreken van ondertekening.