ECLI:NL:RVS:2023:409
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag kindgebonden budget wegens te late indiening
Appellante diende op 10 augustus 2019 een aanvraag in voor kindgebonden budget over 2017, die door de Belastingdienst/Toeslagen werd afgewezen wegens te late indiening. De dienst stelde dat omdat zij in 2017 kinderbijslag ontving maar geen toeslag, zij zelf tijdig een aanvraag had moeten doen. Appellante voerde aan dat de Belastingdienst automatisch had moeten toetsen of zij recht had op het budget en haar hierover informeren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit in hoger beroep. De Afdeling oordeelt dat uit de informatie op de website van de Belastingdienst niet volgt dat automatisch rechtstoetsing plaatsvindt zonder dat een toeslag wordt ontvangen. Appellante kon niet redelijkerwijs verwachten dat de dienst zonder aanvraag haar recht zou beoordelen.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat vergelijkbare gevallen verschillen vertonen, zoals het ontvangen van andere toeslagen. De Raad van State concludeert dat de Belastingdienst niet in strijd met de basiswaarden of het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De afwijzing van de te laat ingediende aanvraag voor kindgebonden budget over 2017 wordt bevestigd.