ECLI:NL:RVS:2023:411
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding APV artikel 2:74 door drugshandel
Op 19 september 2019 constateerden politieagenten dat de auto van appellant midden op de weg stil stond en dat een man met een junkachtig uiterlijk van de auto wegliep. Na een stoptekencontrole werden 18 wikkels met in totaal 53,47 gram hasj, meerdere mobiele telefoons en contant geld aangetroffen bij appellant. De burgemeester van Schiedam legde daarop op 13 november 2019 een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
Appellant maakte bezwaar tegen deze last, dat door de burgemeester werd afgewezen. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Rotterdam, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de bestuurlijke rapportage, gebaseerd op processen-verbaal en politiegegevens, voldoende onderbouwd was. De belangenafweging van de burgemeester, rekening houdend met de ernst van de drugshandel, antecedenten van appellant en de hoogte van de dwangsom, was juist en niet disproportioneel. Het beroep van appellant bevatte geen nieuwe argumenten die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de last onder dwangsom is bevestigd.