ECLI:NL:RVS:2023:4261
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning kap populieren in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 23 juli 2019 een omgevingsvergunning voor het kappen van 49 populieren in stadsdeel Escamp, wijk Moerwijk, vanwege de slechte staat en onveiligheid van de bomen. De vergunning bevatte een herplantplicht en een verbod op kap tijdens het broedseizoen. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat door het college op 11 juni 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat de bomen inmiddels gekapt waren en appellant geen belang meer zou hebben.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat appellant wel degelijk belang had bij beoordeling van zijn gronden, waaronder het ontbreken van een voorschrift over het gebruik van het hout als biomassa en de omvang van de herplantplicht. Tevens werd vastgesteld dat de hoorplicht in bezwaar was geschonden doordat appellant niet in de gelegenheid was gesteld te worden gehoord over zijn bezwaren.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 11 juni 2020 vanwege schending van artikel 7:2 van Pro de Awb. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand, omdat de bezwaren van appellant niet leiden tot een andersluidend besluit. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 11 juni 2020 worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.