ECLI:NL:RVS:2023:431

Raad van State

Datum uitspraak
31 januari 2023
Publicatiedatum
1 februari 2023
Zaaknummer
202300418/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.TH. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling na niet-behandeling verblijfsaanvraag

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 2 december 2022 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 12 januari 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft op 31 januari 2023 bij wijze van ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 2 februari 2023 om 11.45 uur achterwege blijft. Dit omdat de termijn voor het indienen van grieven nog niet was verstreken. De uitspraak op het resterende deel van het verzoek volgt na het verstrijken van deze termijn.

Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €837,00, die volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.TH. Drop in aanwezigheid van griffier H. Vonk.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt getroffen waardoor de overdracht van de vreemdeling op 2 februari 2023 wordt opgeschort en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202300418/2/V3.
Datum uitspraak: 31 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 12 januari 2023 in zaak nr. NL22.24716 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 12 januari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft op 19 januari 2023 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen overdracht op 2 februari 2023 om 11.45 uur achterwege blijft. De vreemdeling is in de gelegenheid gesteld tot en met uiterlijk 2 februari 2023 grieven in te dienen. Alleen al omdat de termijn voor het indienen van de grieven nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat overdracht van de vreemdeling op 2 februari 2023 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.TH. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H. Vonk, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Vonk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2023
345