ECLI:NL:RVS:2023:4323
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking urgentieverklaring wegens onvoldoende woningreacties
Appellant ontving op 12 juni 2020 een urgentieverklaring wegens uitstroom uit een voorziening voor tijdelijke opvang. Op 12 oktober 2020 werd deze verklaring ingetrokken omdat appellant niet ten minste drie keer had gereageerd op passende woningaanbiedingen binnen drie maanden na verlening. Appellant reageerde slechts eenmaal op een woning die niet voldeed aan het zoekprofiel, terwijl 44 passende woningen waren aangeboden.
Appellant voerde aan dat haar psychische problemen onvoldoende waren meegewogen en dat het college maatwerk had moeten leveren, en stelde dat het intrekken van de urgentieverklaring onevenredig was. De rechtbank oordeelde echter dat appellant adequaat had moeten reageren en ging niet mee in haar betoog.
De Raad van State stelt vast dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die de eerdere gemotiveerde beoordeling door de rechtbank onjuist maken. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de urgentieverklaring wordt bevestigd.