ECLI:NL:RVS:2023:4444
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek afvalligheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze tussenuitspraak en de uitspraak van de rechtbank. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het risico dat de vreemdeling loopt bij terugkeer naar Iran vanwege haar activiteiten op social media en haar afvalligheid of toegedichte afvalligheid van de islam.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat ook iemand die nooit heeft geloofd in het geloof waarmee hij of zij is opgegroeid, als afvallige kan worden beschouwd. De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand liet en beveelt de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen met een adequaat onderzoek naar het risico op vervolging of onmenselijke behandeling wegens afvalligheid.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van €837,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand werden gelaten; de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met adequaat onderzoek naar risico op vervolging wegens afvalligheid.