ECLI:NL:RVS:2023:4454

Raad van State

Datum uitspraak
30 november 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
202306288/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring en inreisverbod vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 september 2023 besluiten genomen tot bewaring van de vreemdeling en het opleggen van een inreisverbod. De vreemdeling heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 29 september 2023 de beroepen ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling constateert dat de rechtbank niet expliciet heeft gemotiveerd dat zij de bewaring ambtshalve heeft getoetst, maar acht dit gebrek niet voldoende voor vernietiging omdat geen onrechtmatigheid van de bewaring is gebleken.

Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt met verbetering van gronden bevestigd. De staatssecretaris wordt niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 30 november 2023.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202306288/1/V3.
Datum uitspraak: 30 november 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 29 september 2023 in zaak nr. NL23.28645 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 6 september 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 29 september 2023 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdeling ingestelde beroepen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. V. Senczuk, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling klaagt terecht dat de rechtbank niet kenbaar heeft gemotiveerd dat zij de bewaring ambtshalve heeft getoetst. De grief leidt evenwel niet tot vernietiging van de uitspraak, omdat de Afdeling ambtshalve geen reden ziet om de bewaring onrechtmatig te achten.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt met verbetering van gronden bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 november 2023
347-985