Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2023:4461

Raad van State

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
202302320/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. den Heyer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep vreemdeling

De vreemdeling, met de Soedanese nationaliteit, had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na het afkondigen van een besluit- en vertrekmoratorium voor Soedan op 26 juni 2023, trok de staatssecretaris het eerdere besluit van 23 februari 2023 in en kondigde aan een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van de vreemdeling.

Naar aanleiding hiervan trok de vreemdeling het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De Afdeling overwoog dat het intrekken van het besluit vanwege een veranderde omstandigheid, namelijk het moratorium, niet wordt gezien als tegemoetkomen aan de vreemdeling in de zin van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Daarom wees de Afdeling het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris niet tot het betalen van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 december 2023.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het intrekken van het besluit het gevolg is van een veranderde omstandigheid.

Uitspraak

202302320/1/V3.
Datum uitspraak: 4 december 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)).
Procesverloop
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J. de Vries, advocaat te Leeuwarden, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 april 2023 in zaak nr. NL23.6104.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend.
De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de Soedanese nationaliteit. De staatssecretaris heeft bij brief van 25 augustus 2023 laten weten dat hij het besluit van 23 februari 2023 heeft ingetrokken vanwege het op 26 juni 2023 afgekondigde besluit- en vertrekmoratorium voor Soedan en dat hij een nieuw besluit zal nemen op de asielaanvraag van de vreemdeling. In reactie daarop heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
2.       Zoals de Afdeling heeft overwogen in onder meer de uitspraken van 28 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:180, onder 2, en 21 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:806, onder 2, kan aanleiding bestaan de staatssecretaris met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen als hij aan de vreemdeling tegemoet gekomen is. Van tegemoetkomen is geen sprake als een in beroep bestreden besluit is ingetrokken vanwege een veranderde omstandigheid. Het besluit- en vertrekmoratorium voor Soedan is een dergelijke veranderde omstandigheid.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Den Heyer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2023
872-981