ECLI:NL:RVS:2023:447
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning uitweg ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Dongen verleende op 23 mei 2019 een omgevingsvergunning aan partij A voor het maken van een uitweg van perceel 1369 naar de Leeuweriklaan. Appellant, wonend nabij, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de aanleg van de uitweg in strijd was met de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Dongen.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen in stand blijven. Het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank voor zover aangevallen.
De Afdeling oordeelde dat de toetsing van de omgevingsvergunning aan artikel 2:12, vierde lid, van de APV leidde tot de conclusie dat geen van de limitatief genoemde weigeringsgronden van toepassing was. Er was geen sprake van openbaar groen op het perceel waarover de uitweg loopt, noch van verlies van een openbare parkeerplaats. De stelling van appellant dat het perceel al ontsloten zou zijn via een andere uitweg was niet relevant voor de toetsing.
Verder stelde de Afdeling dat de rechtbank terecht niet op alle betogen van appellant was ingegaan, omdat deze niet relevant waren voor de toets aan de APV. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden. Hiermee werd het bestreden besluit bekrachtigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor de uitweg en wijst het hoger beroep van appellant af.