ECLI:NL:RVS:2023:4496
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 10 maart 2022 een aanvraag van een vreemdeling om een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag oordeelde op 25 oktober 2023 dat het besluit van de staatssecretaris onrechtmatig was en vernietigde dit, met de opdracht om binnen vier weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vereist en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling.
Gezien de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de staatssecretaris niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Raad van State in hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.