ECLI:NL:RVS:2023:4629
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A. Kuijer
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens niet voldoen aan afstandsvereiste Azerbeidzjaanse nationaliteit
Appellante verkreeg in 2014 de Nederlandse nationaliteit onder de voorwaarde afstand te doen van haar Azerbeidzjaanse nationaliteit. De staatssecretaris trok haar Nederlanderschap in 2019 in omdat zij niet al het mogelijke had gedaan om afstand te doen van die nationaliteit, conform artikel 15 lid 1 onder Pro d van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Appellante stelde dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden en dat de intrekking onterecht was omdat het afstandsvereiste discriminatoir is en het doel ervan onjuist werd geïnterpreteerd. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris rechtmatig had gehandeld, dat het afstandsvereiste een legitiem doel dient, namelijk het voorkomen van conflicten door dubbele nationaliteit, en dat het niet toepassen van het vereiste op sommige nationaliteiten een redelijke rechtvaardiging kent.
Verder werd geoordeeld dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat de intrekking onevenredig is, mede omdat zij rechtmatig in Nederland kan verblijven en werken met een verblijfsvergunning. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het Nederlanderschap bevestigd.