ECLI:NL:RVS:2023:463

Raad van State

Datum uitspraak
3 februari 2023
Publicatiedatum
3 februari 2023
Zaaknummer
202300637/2/R1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • E. Helder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing omgevingsvergunning aanleg fiets- en voetpad nabij Noorderhazedwarsdijk te Petten

Het college van burgemeester en wethouders van Schagen verleende op 8 maart 2021 een omgevingsvergunning voor de aanleg van een fiets- en voetpad nabij Noorderhazedwarsdijk 2a in Petten. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat bij besluit van 1 september 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 29 november 2022 eveneens ongegrond. Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Verzoeker vreesde dat de aanlegwerkzaamheden op korte termijn zouden starten, wat onomkeerbare schade aan de natuurwaarden van het gebied zou kunnen veroorzaken. De voorzieningenrechter oordeelde dat een inhoudelijke beoordeling op korte termijn niet mogelijk was, maar dat de belangen van de natuur zwaarder wogen. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen om de besluiten te schorsen.

Het college werd verplicht de proceskosten van verzoeker te vergoeden en het betaalde griffierecht terug te betalen. Tevens werd bepaald dat uiterlijk op 23 februari 2023 een zitting zal plaatsvinden om te beoordelen of de voorlopige voorziening gehandhaafd moet blijven.

Uitkomst: De omgevingsvergunning en het bezwaarbesluit zijn geschorst bij wijze van voorlopige voorziening.

Uitspraak

202300637/2/R1.
Datum uitspraak: 3 februari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te Petten, gemeente Schagen,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 29 november 2022 in zaak nr. 21/5429 in het geding tussen:
[verzoeker],
en
het college van burgemeester en wethouders van Schagen.
Procesverloop
Bij besluit van 8 maart 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een fiets- en voetpad op de locatie Noorderhazedwarsdijk nabij 2a in Petten.
Bij besluit van 1 september 2021 heeft het college het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 29 november 2022 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
2.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
3.       Met het op 3 februari 2023 bij de Afdeling ingekomen verzoek beoogt [verzoeker] te bewerkstelligen dat de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten zal schorsen, zodat de aanlegwerkzaamheden op het perceel geen doorgang kunnen vinden. Uit het verzoekschrift van [verzoeker] blijkt namelijk dat de gemeente op zeer korte termijn zal starten met de aanleg van het fietspad. Een ambtenaar van de gemeente heeft telefonisch bevestigd dat al begin aankomende week zal worden gestart met de werkzaamheden. De gronden die [verzoeker] aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd hebben betrekking op de aantasting van de natuurwaarden van het gebied en, mede in dit verband, op de uitgevoerde natuurtoets. Omdat de gevraagde voorlopige voorziening op deze korte termijn niet inhoudelijk kan worden beoordeeld en gelet op de betrokken belangen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek bij wijze van ordemaatregel toe te wijzen. Daarbij betrekt hij dat als het verzoek niet wordt toegewezen onomkeerbare gevolgen voor de natuur kunnen optreden. Aan het belang van de gemeente wordt tegemoetgekomen door uiterlijk op 23 februari 2023 een zitting te houden waar zal worden onderzocht of aanleiding bestaat om de getroffen voorziening op te heffen of te wijzigen.
4.       Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
5.       Het college moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Schagen van 8 maart 2021 en 1 september 2021;
II.       veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Schagen tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III.      gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 274,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. F. Dinleyici, griffier.
w.g. Helder
voorzieningenrechter
w.g. Dinleyici
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2023