ECLI:NL:RVS:2023:466
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 9 september 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Na bestudering van het dossier en de motivering van de rechtbank oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak leidt. De motivering van de rechtbank onder 3.3 en 4.1 tot en met 4.3 werd overgenomen.
De Afdeling stelde vast dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.