ECLI:NL:RVS:2023:4701
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 10 mei 2021 werd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de procedure werden aanvullende stukken ingediend over een gewijzigde situatie in Iran en een ontvoering van haar zoontje, maar deze konden niet in de beoordeling worden meegenomen omdat ze dateren van na de uitspraak van de rechtbank.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris wordt niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.