ECLI:NL:RVS:2023:4705
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- M. Soffers
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid verlenging ophouding vreemdeling in bewaring
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling van Albanese nationaliteit in bewaring na zijn aanhouding op een haventerrein in Rotterdam. De vreemdeling werd op 6 december 2021 opgehouden en de ophouding werd verlengd met 48 uur voor nader onderzoek naar zijn verblijfsrechtelijke positie.
De rechtbank had geoordeeld dat de verlenging van de ophouding onrechtmatig was omdat deze uitsluitend gebaseerd zou zijn op capaciteitsproblemen en dat er geen nader onderzoek had plaatsgevonden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende schadevergoeding toe.
In hoger beroep stelde de staatssecretaris dat er wel degelijk tijdens de verlenging nader onderzoek was gedaan, onder meer door het horen van de vreemdeling over zijn paspoort, reisdoel en verblijfsprocedures. Tevens wees hij op de bijzondere omstandigheden van een capaciteitsprobleem door een gelijktijdige aanhouding van meerdere vreemdelingen na een incident bij een internationale organisatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een gebrek in de verlenging aannam en dat de staatssecretaris terecht gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid tot verlenging. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de ophouding van de vreemdeling was rechtmatig, het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.