ECLI:NL:RVS:2023:4712
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en uitstel van vertrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 maart 2021 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en uitstel van vertrek af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 24 juni 2021 ongegrond werd verklaard. De motivering van dit besluit werd op 28 januari 2022 aangevuld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming dienen. De rechtbank had een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek vastgesteld dat eenvoudig te herstellen is.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris griffierecht moet betalen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 19 december 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.