ECLI:NL:RVS:2023:4768
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlaging instellingscollegegeld masteropleiding Fiscaal Recht
Appellant was ingeschreven voor twee masteropleidingen aan de Universiteit Maastricht: Nederlands Recht en Fiscaal Recht. Na het succesvol afronden van de master Nederlands Recht per 30 november 2022, had hij zich niet heringeschreven voor de master Fiscaal Recht voor studiejaar 2022-2023, maar vroeg later alsnog om herinschrijving. De universiteit stond dit bij hoge uitzondering toe, maar stelde dat het instellingscollegegeld van toepassing was in plaats van het wettelijk collegegeld.
Appellant verzocht om toepassing van de hardheidsclausule om het instellingscollegegeld te verlagen tot het wettelijk collegegeld, maar dit verzoek werd door het College van Bestuur afgewezen. Na bezwaar werd een motiveringsgebrek vastgesteld en hersteld, maar de inhoudelijke beslissing bleef gehandhaafd. Appellant stelde dat hij niet bewust had gekozen zijn master Fiscaal Recht te staken en dat de universiteit haar zorgplicht had geschonden door hem onvoldoende te informeren over de financiële gevolgen en curriculumwijzigingen.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er iets mis was gegaan bij de herinschrijving en dat de universiteit niet tekort was geschoten in haar informatieplicht. Ook was de beslissing tot het instellingscollegegeld evenredig gemotiveerd, mede gezien de faciliteiten en de mogelijkheid om collegegeld terug te krijgen voor niet-gebruikte maanden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek tot verlaging van het instellingscollegegeld wordt ongegrond verklaard.