ECLI:NL:RVS:2023:4808
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling na redelijke overbrengingstijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 14 oktober 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 31 oktober 2023 ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde terecht dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat hij de juistheid van de door de staatssecretaris verstrekte informatie over de overbrenging niet had betwist. De rechtbank had de vreemdeling niet in de gelegenheid gesteld om op deze informatie te reageren, terwijl het onderzoek al op 25 oktober 2023 was gesloten. Desondanks leidde deze procedurele tekortkoming niet tot vernietiging van het vonnis, omdat uit de aanvullende stukken bleek dat de vreemdeling op 14 oktober 2023 rond 15:00 uur werd opgehaald en omstreeks 18:00 uur bij het detentiecentrum werd afgeleverd.
De Afdeling overwoog dat een overbrengingstijd van maximaal tien uur als redelijk kan worden aangemerkt, en dat de duur van drie uur in dit geval ruim binnen die norm valt. Dit betekent dat de bewaring niet onrechtmatig is vanwege de overbrengingstijd. Verder werden geen andere gronden gevonden die tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank zouden leiden.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 december 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring bevestigd.