ECLI:NL:RVS:2023:4869
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens schending eerlijk proces bij niet-ontvankelijkverklaring verzet
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 november 2022, waarin zijn verzet tegen een eerdere uitspraak niet-ontvankelijk werd verklaard wegens misbruik van recht. De rechtbank had het verzet zonder zitting behandeld en appellant was niet gehoord, hoewel hij dat had verzocht.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het appelverbod tegen uitspraken op verzet niet absoluut is en doorbroken kan worden bij ernstige schendingen van fundamentele rechtsbeginselen, zoals het recht op een eerlijk proces. In deze zaak is het fundamentele recht op hoor en wederhoor geschonden doordat appellant niet is gehoord en geen mogelijkheid heeft om hoger beroep in te stellen tegen de verzetuitspraak.
Daarmee is artikel 6 EVRM Pro geschonden. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing waarbij appellant wel wordt gehoord. De vordering tot verletkosten is onvoldoende onderbouwd en wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het eerlijke proces.