ECLI:NL:RVS:2023:487
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegevensinzage op grond van AVG en beoordeling volledigheid verstrekte persoonsgegevens
Appellant, met de Congolese nationaliteit, verzocht op grond van de AVG inzage in zijn persoonsgegevens die in Malta waren verzameld en besproken tijdens een overleg met Sea-Watch en ministeries. De staatssecretaris verstrekte een overzicht van persoonsgegevens en weigerde inzage in bepaalde documenten, waarop appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde appellant dat de staatssecretaris onvolledig was geweest in zijn verstrekking van persoonsgegevens, mede gelet op een brief van Sea-Watch waaruit blijkt dat er meer gesprekken waren dan bekend. De staatssecretaris nam een aanvullend besluit naar aanleiding van een Woo-verzoek, waarin aanvullende persoonsgegevens werden erkend, waaronder het delen van gegevens met Maltese autoriteiten en de Internationale Organisatie voor Migratie.
De Afdeling oordeelt dat het eerdere standpunt van de staatssecretaris niet langer houdbaar is en verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 5 maart 2020 voor zover daarin niet volledig uitsluitsel is gegeven. Het besluit van 11 december 2019 wordt herroepen. Het beroep tegen het aanvullend besluit wordt ongegrond verklaard omdat de staatssecretaris met het aanvullend besluit en de verstrekte overzichten voldoet aan de eisen van artikel 15 AVG Pro. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en eerdere besluiten worden vernietigd en herroepen, maar het beroep tegen het aanvullend besluit wordt ongegrond verklaard.