ECLI:NL:RVS:2023:492
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging gemeentelijke schuldhulpverlening wegens onvoldoende motivering
Appellant werd in januari 2018 toegelaten tot de gemeentelijke schuldhulpverlening met een vastgesteld aflosbedrag van €38 per maand. Na een hercontrole in 2019 bleek dat appellant een belastingteruggave van €818 niet had gereserveerd voor schuldeisers, waarop een extra maandelijkse aflossing werd afgesproken. Verder onderzoek in 2019 toonde aan dat appellant naast salaris ook andere vergoedingen ontving die deels niet waren opgegeven.
Het college beëindigde de schuldhulpverlening per maart 2020 wegens het niet volledig aanleveren van loonstroken en bankafschriften, het niet inzetten van alle aflossingscapaciteit en het niet voldoen aan medewerkingsverplichtingen. De rechtbank verklaarde dit besluit gegrond, maar appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling oordeelt dat appellant niet onjuiste gegevens heeft verstrekt, gezien de beschikbare loonstroken en bankafschriften en zijn toelichtingen daarop. Het college heeft onvoldoende contact gezocht en niet adequaat gemotiveerd waarom het besluit niet tot onevenredige gevolgen leidt. Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college vernietigd, en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de schuldhulpverlening wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.