ECLI:NL:RVS:2023:500
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen bedrijf op bedrijventerrein Doetinchem
Het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen een bedrijf op de bedrijfslocatie te Gaanderen af, omdat het bedrijf volgens het bestemmingsplan was toegestaan als klein aannemersbedrijf. Appellant stelde dat het bedrijf feitelijk een metaalbewerkingsbedrijf is, wat niet is toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat het bedrijf een aannemersbedrijf met werkplaats is, passend binnen categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de feitelijke bedrijfsactiviteiten wezen op productie en metaalbewerking, onder meer ondersteund door controleverslagen, een brief van een handhaver, reclamevideo’s en KvK-registraties.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de controles geen aanwijzingen gaven voor een productiebedrijf en dat het zagen en afkorten van materialen binnen een aannemersbedrijf kan plaatsvinden. De brief van de handhaver en andere aangevoerde feiten waren onvoldoende om het oordeel van de rechtbank te weerleggen. Ook de KvK-registratie bepaalt niet het bestemmingsplanconform gebruik. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek tegen het bedrijf wordt afgewezen.