ECLI:NL:RVS:2023:556
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke geschil over openbaarmaking documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur
Het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal maakte op verzoek van appellant documenten openbaar op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Appellant verzocht om aanvullende openbaarmaking van documenten vanaf november 2017 over evenementen op zondag en koopzondagen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het college voor zover openbaarmaking werd geweigerd van bepaalde documenten, waaronder formatiedocumenten en concept-amendementen.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl appellant incidenteel hoger beroep instelde en tevens beroep wegens niet tijdig beslissen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de concept-amendementen onder het college berusten en een bestuurlijke aangelegenheid vormen, waardoor zij onder de reikwijdte van de Wob vallen. De rechtbank was niet verplicht alle correspondentie en dossierstukken te vermelden en het college had een voldoende zoekslag verricht.
De Afdeling bevestigde dat het college de weigeringsgronden uit de Wob terecht toepaste voor bepaalde documenten, waaronder die van wethouder Verloop. Wel oordeelde de Afdeling dat de rechtbank het college had moeten gelasten het door appellant betaalde griffierecht te vergoeden. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van appellant gegrond, en het beroep tegen het besluit van 23 november 2021 ongegrond. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard, het hoger beroep van appellant gegrond, en het college wordt gelast het griffierecht aan appellant te vergoeden.