ECLI:NL:RVS:2023:725
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning vellen bomen aan oever Wantij ondanks bezwaren natuurwaarden
De gemeente Dordrecht verleende een omgevingsvergunning voor het vellen van 28 bomen aan de oever van het Wantij met het oog op reconstructiewerkzaamheden. De stichting Het Wantij maakte bezwaar vanwege mogelijke aantasting van natuurwaarden, waaronder het leefgebied van rivierrombout, vleermuizen, bever en rivierdonderpad.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van de stichting gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college nam daarop een nieuw besluit dat opnieuw het bezwaar ongegrond verklaarde. De stichting ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde uitgebreid de natuurtoestemmingplicht en concludeerde dat de aanwezigheid van beschermde soorten zoals de rivierrombout en diverse vleermuizen in het gebied niet aannemelijk was. Ook de bever had geen vaste voortplantings- of rustplaats in het gebied. De rivierdonderpad valt niet onder de relevante beschermingsartikelen.
Verder oordeelde de Afdeling dat de weigeringsgronden uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) niet van toepassing waren omdat deze alleen betrekking hebben op de natuurwaarde en landschappelijke waarde van de houtopstand zelf, niet op de bredere ecologische omgeving. De belangenafweging door het college, waarbij het belang van oeverbescherming en erosiebestrijding zwaarder woog dan het behoud van de bomen, werd als voldoende gemotiveerd en aannemelijk beoordeeld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor het vellen van bomen wordt bevestigd.