ECLI:NL:RVS:2023:783

Raad van State

Datum uitspraak
27 februari 2023
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
202207318/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling met inreisverbod

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 juli 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 december 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Afghanistan een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, waardoor hij niet naar Afghanistan zal worden uitgezet. Echter is er geen grond om aan te nemen dat de uitspraak in hoger beroep zal worden vernietigd. Daarom ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening toe te kennen.

Het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen te ontvangen wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 27 februari 2023 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod wordt afgewezen.

Uitspraak

202207318/2/V3.
Datum uitspraak: 27 februari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 21 december 2022 in zaak nr. NL22.13538 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 6 juli 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 21 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       De staatssecretaris heeft in zijn besluit van 6 juli 2022 aangegeven dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Afghanistan een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM en dat hij om die reden dan ook niet zal worden uitgezet naar Afghanistan. Nu er verder op dit moment geen grond is om aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep zal worden vernietigd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorziening, als verzocht, te treffen.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Nederhoff
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2023
918