ECLI:NL:RVS:2023:784

Raad van State

Datum uitspraak
27 februari 2023
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
202300330/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 84 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 14 december 2022 in bewaring. De rechtbank verklaarde op 9 januari 2023 het beroep van de vreemdeling tegen het voortduren van deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tegen het voortduren van de bewaring geen hoger beroep openstaat. Het hoger beroep kon alleen in behandeling worden genomen indien sprake was van een schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen niet het geval was.

Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid H.G. Sevenster op 27 februari 2023.

Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring van de vreemdeling.

Uitspraak

202300330/1/V3.
Datum uitspraak: 27 februari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-­Hertogenbosch, van 9 januari 2023 in zaak nr. NL22.26433 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 14 december 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 9 januari 2023 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de bewaring door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.F. Wassenaar, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van Pro de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
2.       Wat de vreemdeling in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.
3.       De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Vonk, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Vonk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2023
345-1023