ECLI:NL:RVS:2023:786

Raad van State

Datum uitspraak
27 februari 2023
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
202300914/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 91, tweede lid, Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling door Raad van State

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verlengde op 11 januari 2023 de bewaringsmaatregel tegen de vreemdeling met maximaal twaalf maanden. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 februari 2023 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen en het hoger beroep is ongegrond verklaard.

De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat er geen aanleiding is tot verdere motivering, aangezien het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de verlenging van de bewaringsmaatregel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202300914/1/V3.
Datum uitspraak: 27 februari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 6 februari 2023 in zaak nr. NL23.1404 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 11 januari 2023 heeft de staatssecretaris de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.
Bij uitspraak van 6 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5.1 en 6.1 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Steendijk
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2023
347-962