ECLI:NL:RVS:2023:795
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opschorting invordering bestuurlijke boetes
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de invordering van twee bestuurlijke boetes van in totaal €41.000,- plus wettelijke rente op te schorten zolang het hoger beroep loopt. Deze boetes zijn opgelegd wegens het zonder vergunning onttrekken van woningen aan de woonruimtevoorraad.
De voorzieningenrechter constateert dat de rechtsvragen in deze zaak beter in de bodemprocedure kunnen worden behandeld en ziet daarom af van inhoudelijke beoordeling in deze voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen omdat het spoedeisend belang ontbreekt: het enkele feit dat betaling vóór de uitspraak in de hoofdzaak moet plaatsvinden, is onvoldoende. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door betaling in financiële problemen komt.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is mondeling gedaan op 23 februari 2023 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om opschorting van de invordering van de bestuurlijke boetes wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.