ECLI:NL:RVS:2023:831
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.E.M. Polak
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over verrekening uitkeringskosten voormalige werknemer
De Stichting Omnisscholen maakte bezwaar tegen het besluit van de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs om de uitkeringskosten van een voormalige werknemer in mindering te brengen op het bekostigingsbedrag voor personeel. De werknemer had na zijn dienstverband bij de Stichting een WW- en aansluitende BW-uitkering ontvangen. De Stichting betwistte dat de kosten van de aansluitende BW-uitkering ten laste van haar moesten komen, omdat deze voort zouden vloeien uit een eerdere dienstbetrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep van de Stichting ongegrond, stellende dat de minister mocht uitgaan van de onherroepelijke besluiten van het UWV, WWplus en het Participatiefonds. De Stichting stelde in hoger beroep dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden en dat de minister onterecht de kosten aan haar had toegerekend, met name voor de periode na 31 juli 2020.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister terecht mocht vertrouwen op de gegevens van UWV en WWplus, en dat het bestuursrecht niet geschikt is om de civielrechtelijke uitleg van de CAO te toetsen. Wel stelde de Afdeling vast dat het besluit onduidelijkheid bevatte over de periode van verrekening, waarbij mogelijk kosten na 31 juli 2020 ten onrechte bij de Stichting in rekening zijn gebracht.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de minister vernietigd wegens strijd met de Awb. De minister wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met de mogelijkheid van beroep bij de Afdeling. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de Stichting.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met correcte motivering over de periode van verrekening.