ECLI:NL:RVS:2023:838
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 partiële herziening 2021 wegens gebreken in planologische en milieubescherming
De raad van de gemeente Beemster (thans Purmerend) stelde op 26 oktober 2021 het bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - partiële herziening 2021 vast, met als doel fouten in het oorspronkelijke plan te herstellen en nieuw beleid te verwerken. Diverse appellanten, waaronder bewoners en stichtingen, maakten bezwaar tegen onderdelen van het plan.
Appellant sub 1 verzocht om een bedrijfsbestemming voor zijn perceel vanwege bestaand gebruik, maar dit werd afgewezen omdat het planologisch beleid verstedelijking in het landelijk gebied niet toestaat zonder onderbouwing volgens de ladder voor duurzame verstedelijking. De Afdeling oordeelde dat dit standpunt juist was en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant sub 2 maakte bezwaar tegen de aanduiding 'caravanstalling' die niet overeenkomt met de vergunde oppervlakte en het gewijzigde gebruik met campers en boten dat tot overlast leidt. De Afdeling stelde vast dat de raad onvoldoende onderzoek had gedaan naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid en dat de aanduiding onzorgvuldig was vastgesteld, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en vernietiging volgde.
Appellant sub 3 betwistte de toekenning van een bouwvlak voor een extra woning, terwijl de omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk was en ruimtelijk ongewenst. De Afdeling oordeelde dat de raad onvoldoende rekening had gehouden met ruimtelijke belangen en vernietigde dit onderdeel.
De Stichtingen voerden aan dat het plan onvoldoende bescherming biedt aan de kernkwaliteiten van het UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster. De Afdeling constateerde tegenstrijdigheden in het beleid, onduidelijkheden in de planregels en strijd met de Omgevingsverordening Noord-Holland. Tevens werden onzorgvuldigheden vastgesteld in de regeling van nevenactiviteiten en bestaande bebouwing. Het beroep van de Stichtingen werd gegrond verklaard.
De Afdeling vernietigde het besluit gedeeltelijk, gaf opdrachten aan de raad om de gebreken te herstellen binnen termijnen en veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten aan appellanten sub 2 en 3. Het beroep van appellant sub 1 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is gedeeltelijk vernietigd wegens onzorgvuldigheden en onvoldoende bescherming van het werelderfgoed.