ECLI:NL:RVS:2023:880
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 27 januari 2023 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 februari 2023 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich echter niet inhoudelijk tegen de uitspraak van de rechtbank, omdat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak onjuist zou zijn.
Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kon de Afdeling daardoor geen inhoudelijk oordeel geven en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 3 maart 2023, waarbij mr. H.G. Sevenster als lid van de kamer en mr. S. Nederhoff als griffier aanwezig waren.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de bewaring is niet-ontvankelijk verklaard.