ECLI:NL:RVS:2023:902
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel aanvraag Roemenië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 28 december 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 januari 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is op Roemenië en dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn situatie anders is.
Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat verdere motivering niet nodig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van de verblijfsvergunningaanvraag wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.