ECLI:NL:RVS:2023:933
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. ten Veen
- G.T.J.M. Jurgens
- H.J.M. Besselink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen ophoging met mogelijk verontreinigde grond in Westelijke Perkpolder
De Stichting Schone Polder verzocht het college van burgemeester en wethouders van Hulst om handhavend op te treden tegen het transporteren en storten van mogelijk verontreinigde grond in de Westelijke Perkpolder. Het project Waterzande voorziet in de ophoging van het maaiveld met circa 1,5 miljoen m3 grond ten behoeve van een stranddorp met residenties en voorzieningen. Het college wees het verzoek af omdat er geen sprake was van een klaarblijkelijke overtreding van milieuregels.
De Stichting maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de Raad van State. De Stichting voerde aan dat de ophoging niet voldoet aan de voorwaarden van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), onder meer omdat de hoeveelheid grond niet functioneel is, de toepassing niet nodig is op de locatie, en de grond niet nuttig wordt toegepast vanwege het geldende bestemmingsplan dat woningbouw uitsluit.
De Raad van State oordeelt dat de ophoging valt onder de toepassing van grond in bouwconstructies zoals bedoeld in artikel 35, aanhef en onder a, van het Bbk, en dat de omvang en het doel van de ophoging niet in strijd zijn met het Bbk. Ook is het bestemmingsplan niet relevant voor de beoordeling van nuttige toepassing van afvalstoffen. De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van het handhavingsverzoek.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek terecht afgewezen.