ECLI:NL:RVS:2023:955
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldhulpverlening wegens niet-reserveren van ontvangen dwangsommen
Het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar heeft bij besluit van 30 oktober 2019 de schuldhulpverlening aan appellant beëindigd omdat hij de ontvangen dwangsommen niet heeft gereserveerd voor het aflossen van schulden, zoals vereist volgens de beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Wassenaar 2017.
Appellant was toegelaten tot schuldhulpverlening in januari 2018 en ontving in augustus 2018 € 2.520,00 aan dwangsommen van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het college beschouwde deze sommen als inkomen dat gereserveerd moest worden voor schuldenaflossing. Appellant gebruikte dit bedrag niet voor aflossing, wat leidde tot beëindiging van de schuldhulpverlening.
De rechtbank oordeelde dat het college de wettelijke termijnen had gerespecteerd en dat eventuele mandateringsgebreken waren hersteld. Tevens werd bevestigd dat de Recofa-methode terecht werd toegepast bij het bepalen van de aflossingscapaciteit, waarbij de dwangsommen niet onder het vrij te laten bedrag vielen. Appellant voerde diverse bezwaren aan, waaronder bevoegdheidsgebrek en onjuiste toepassing van de Participatiewet, maar deze werden verworpen.
De Raad van State concludeert dat het college terecht heeft besloten de schuldhulpverlening te beëindigen omdat appellant zijn verplichtingen niet nakwam en zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet aanwendde voor schuldenaflossing. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de schuldhulpverlening bevestigd.