ECLI:NL:RVS:2024:1037
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor verwijderen overkapping en tuinhuis zonder vergunning
Appellant heeft zonder omgevingsvergunning een overkapping en tuinhuis gerealiseerd op een perceel te Helmond, waarbij de bouwwerken geheel of grotendeels binnen vijf meter van de perceelgrens zijn gesitueerd. Het college van burgemeester en wethouders constateerde dat deze bouwwerken in strijd zijn met het bestemmingsplan "De Groene Loper II" en legde daarom een last onder dwangsom op voor verwijdering.
De rechtbank oordeelde dat appellant een omgevingsvergunning nodig had omdat de bouwwerken niet binnen het woonperceel lagen zoals gedefinieerd in het bestemmingsplan en dat de overkapping en het tuinhuis binnen vijf meter van de perceelgrens waren gebouwd. Appellant stelde in hoger beroep dat de bouwwerken vergunningvrij waren omdat zij binnen het achtererfgebied zouden liggen, waarop de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de afstand van circa 15 meter tot het hoofdgebouw betekent dat deze bouwwerken niet direct bij het hoofdgebouw liggen en dus niet tot het achtererfgebied behoren.
De Afdeling bevestigde dat het college bevoegd was handhavend op te treden en dat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die handhaving zouden kunnen verhinderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft in stand.