ECLI:NL:RVS:2024:1056
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot correctie historische adresgegevens in Basisregistratie Personen
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees een verzoek van appellant af om zijn historische adresgegevens in de Basisregistratie Personen (brp) te wijzigen. De brp vermeldde dat appellant tussen 12 februari 2005 en 9 oktober 2007 was vertrokken naar Galkaajo in Somalië, terwijl appellant stelde dat hij nooit vertrokken was en ook geen aangifte had gedaan. Ter onderbouwing overhandigde appellant onder meer een pensioenoverzicht, salarisstroken en een bewijs van detentie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende bewijs leverde dat hij niet zelf aangifte van vertrek had gedaan en niet onomstotelijk kon aantonen dat hij in die periode in Nederland verbleef. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank een onjuist toetsingskader hanteerde en dat het voldoende was om gerede twijfel te zaaien over de juistheid van de gegevens.
De Raad van State overwoog dat de gegevens in de brp betrouwbaar moeten zijn en dat voor wijziging buiten redelijke twijfel moet vaststaan dat de nieuwe gegevens juist zijn. De door appellant overgelegde stukken boden echter geen overtuigend bewijs dat hij niet zelf aangifte had gedaan. Het college mocht daarom vertrouwen op de administratieve gegevens dat appellant zelf aangifte had gedaan van vertrek.
Het incidenteel hoger beroep van het college werd eveneens ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot correctie van de historische adresgegevens in de Basisregistratie Personen wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.