ECLI:NL:RVS:2024:1091
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verwijzing hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel naar rechtbank
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Na het afwijzende besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 5 oktober 2023 trok de vreemdeling het hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak beperkt haar toetsing daarom tot het besluit van 5 oktober 2023, dat van rechtswege onderwerp is van het geding.
De Afdeling oordeelt dat het passend is het beroep tegen dit besluit te verwijzen naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, die gespecialiseerd is in de toetsing van asielbesluiten in eerste aanleg. Dit sluit aan bij de wettelijke taakverdeling en de functie van de hogerberoepsrechter. Het beroep wordt dan door de rechtbank behandeld, waarna hoger beroep tegen dat oordeel mogelijk blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt verwezen naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht.