ECLI:NL:RVS:2024:1119

Raad van State

Datum uitspraak
14 maart 2024
Publicatiedatum
20 maart 2024
Zaaknummer
202400008/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van het beroep tegen het besluit inzake herziening studieresultaten Universiteit van Amsterdam

Appellant verzocht om herziening van een eerdere beslissing van de examencommissie van de Universiteit van Amsterdam betreffende studieresultaten. De examencommissie wees dit verzoek op 2 mei 2023 af, met een nadere aanvulling op 5 juni 2023. Vervolgens verklaarde het College van beroep voor de examens op 23 november 2023 het administratief beroep van appellant ongegrond.

Appellant stelde dat er sprake was van nieuwe feiten en omstandigheden die een herziening rechtvaardigden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de aangedragen feiten en omstandigheden reeds in eerdere besluitvorming waren betrokken en daarom niet als nieuw konden worden beschouwd. Tevens werd een kennelijke verschrijving in een eerdere beslissing erkend, maar dit deed niets af aan de motivering van het besluit.

De Afdeling stelde vast dat de examencommissie elk volgend verzoek zal beoordelen op nieuwe feiten en omstandigheden, ondanks een ongelukkige formulering in eerdere correspondentie. Ten slotte werd bepaald dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot herziening van studieresultaten wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

202400008/1/A2.
Datum uitspraak: 14 maart 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
en
het College van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam (hierna: het college),
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 14 maart 2024 om 10:45 uur.
Tegenwoordig:
staatsraad mr. C.M. Wissels, Lid van de enkelvoudige kamer
mr. O. van Loon, griffier
Verschenen:
[appellant], bijgestaan door mr. R. Verspaandonk advocaat te Den Haag;
het college, vertegenwoordigd door mr. M.M. de Roon, vergezeld van dr. J. Roest, voorzitter van de examencommissie.
====================================
Bij beslissing van 2 mei 2023, nader aangevuld met de beslissing van 5 juni 2023 heeft de examencommissie het verzoek van [appellant] tot herziening van de beslissing van 21 september 2022 afgewezen. Bij beslissing van 23 november 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Het beroep richt zich tegen deze beslissing.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.
Motivering:
1.       Het college heeft deugdelijk gemotiveerd dat de door [appellant] aangedragen omstandigheden niet gekwalificeerd kunnen worden als nieuwe feiten en omstandigheden. Deze feiten en omstandigheden zijn al betrokken bij eerdere besluitvorming van de examencommissie en waren geen reden om de studieresultaten te verlengen.
2.       De verwijzing naar een beslissing van 22 oktober 2022 in de beslissing van 21 september 2022 is een kennelijke verschrijving. Dit maakt niet dat de beslissing niet goed is gemotiveerd. Dit geldt ook voor het betoog dat in die brief stond dat de examencommissie op elk volgend verzoek over dit onderwerp niet meer zal reageren. Op de zitting is duidelijk geworden dat dit een ongelukkige formulering is geweest en dat de examencommissie bij ieder volgend verzoek zal beoordelen of er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.
3.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Loon
griffier
284-1090