ECLI:NL:RVS:2024:1119
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het beroep tegen het besluit inzake herziening studieresultaten Universiteit van Amsterdam
Appellant verzocht om herziening van een eerdere beslissing van de examencommissie van de Universiteit van Amsterdam betreffende studieresultaten. De examencommissie wees dit verzoek op 2 mei 2023 af, met een nadere aanvulling op 5 juni 2023. Vervolgens verklaarde het College van beroep voor de examens op 23 november 2023 het administratief beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat er sprake was van nieuwe feiten en omstandigheden die een herziening rechtvaardigden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de aangedragen feiten en omstandigheden reeds in eerdere besluitvorming waren betrokken en daarom niet als nieuw konden worden beschouwd. Tevens werd een kennelijke verschrijving in een eerdere beslissing erkend, maar dit deed niets af aan de motivering van het besluit.
De Afdeling stelde vast dat de examencommissie elk volgend verzoek zal beoordelen op nieuwe feiten en omstandigheden, ondanks een ongelukkige formulering in eerdere correspondentie. Ten slotte werd bepaald dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot herziening van studieresultaten wordt ongegrond verklaard.