ECLI:NL:RVS:2024:117
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor beëindiging bewoning bedrijfsloods in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Bernheze legde op 19 november 2020 aan appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van een deel van zijn bedrijfsloods als woning te beëindigen, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan "Buitengebied Bernheze". Appellant gebruikte het woongedeelte van de loods tot 2021 en voerde aan dat het college al lang op de hoogte was van de bewoning en dat handhaving daarom niet meer mogelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant wel belang had bij het hoger beroep, omdat hij mogelijk weer terug zou keren naar de loods als de last zou worden herroepen. Verder werd geoordeeld dat het college bevoegd was om handhavend op te treden ondanks het tijdsverloop en dat de eerdere milieucontroles en BAG-registratie geen bijzondere omstandigheden vormden die handhaving uitsloten.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, omdat er geen toezegging of uitlating was die appellant gerechtvaardigde verwachtingen gaf dat handhaving niet zou plaatsvinden. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de bewoning wordt bevestigd.