ECLI:NL:RVS:2024:1177
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep vreemdeling
De vreemdeling verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om herziening van de uitspraak van 21 september 2023, waarin haar hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij geen belang meer had bij de beoordeling van het hoger beroep. Dit omdat zij op 30 augustus 2023 met onbekende bestemming was vertrokken en er geen contact meer was met haar gemachtigde.
De vreemdeling stelde dat zij op 20 september 2023 contact had gehad met haar gemachtigde en dat zij in Nederland verbleef en de procedure wilde voortzetten. Dit contact vond plaats vóór de uitspraak van 21 september 2023. Zij voerde aan dat dit feit niet bekend was bij de Afdeling ten tijde van de uitspraak en dat dit tot een andere uitspraak had kunnen leiden.
De Afdeling erkende het verzoek, maar oordeelde dat niet aan alle cumulatieve vereisten van artikel 8:119, eerste lid, Awb was voldaan. Het contact tussen de vreemdeling en haar gemachtigde was haarzelf vóór de uitspraak al bekend, waardoor niet werd voldaan aan het vereiste dat het feit voor de indiener van het verzoek onbekend moest zijn. Ook het ontbreken van mededeling over het niet verlenen van uitstel aan de gemachtigde was geen nieuw feit dat tot herziening kon leiden.
Daarom wees de Afdeling zowel het verzoek om herziening als het verzoek om een voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.