ECLI:NL:RVS:2024:1227
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitsluiting student deelname toetsen wegens vermeende fraude
Een vierdejaarsstudent Mondzorgkunde aan Hogeschool Inholland werd op 20 december 2023 door de examencommissie voor een jaar uitgesloten van deelname aan toetsen wegens vermeende fraude tijdens een toets op 6 december 2023. De examencommissie baseerde dit op een melding van een surveillant en eerdere incidenten van fraude en plagiaat.
De student stelde beroep in tegen deze beslissing, waarop het College van beroep voor de examens (CBE) het beroep ongegrond verklaarde. De student verzocht vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om deelname aan onderwijs en toetsen mogelijk te maken.
De voorzieningenrechter constateerde dat het CBE niet alle relevante stukken had overgelegd, waaronder verslagen van hoorzittingen en bewijsstukken die de fraudeaantijging moesten onderbouwen. Er was onvoldoende feitelijke onderbouwing dat de student daadwerkelijk fraude had gepleegd. Tevens was de student niet vooraf geïnformeerd over haar zwijgrecht bij de hoorzittingen, wat wettelijk verplicht is bij bestraffende sancties.
Gezien deze ernstige twijfels en het belang van de student om haar studie zonder vertraging voort te zetten, besloot de voorzieningenrechter de uitsluiting voorlopig te schorsen. De student mag gedurende deze periode deelnemen aan onderwijs en toetsen, mits voldaan wordt aan de ingangseisen. De procedurekosten worden aan het CBE opgelegd.
Uitkomst: De uitsluiting van de student van deelname aan toetsen wordt voorlopig geschorst vanwege ernstige twijfel over de fraudeaantijging en gebrekkige bewijsvoering.