ECLI:NL:RVS:2024:1231
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verbeurde dwangsom bij niet tijdig beslissen kinderopvangtoeslag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een tegemoetkoming van € 30.000,00 op grond van de Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen had op 4 oktober 2021 een besluit genomen dat appellant op basis van een lichte toets niet in aanmerking kwam voor de tegemoetkoming. Appellant was het hier niet mee eens en startte een procedure.
De voorzieningenrechter overwoog dat appellant geen reëel of actueel belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep omdat de Belastingdienst/Toeslagen de maximale dwangsom wegens het te laat beslissen al had verbeurd en dit bedrag aan appellant had betaald. Hierdoor was het geschil over het niet tijdig beslissen feitelijk opgelost.
De voorzieningenrechter verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De procedure over het recht op de tegemoetkoming zelf blijft open en wordt behandeld door de rechtbank Midden-Nederland in april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de maximale dwangsom wegens niet tijdig beslissen reeds is betaald.