ECLI:NL:RVS:2024:1246
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 6 april 2023 aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 6 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt daarmee het inreisverbod en de vertrekopdracht, waarmee de vreemdeling verplicht is de Europese Unie te verlaten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.