ECLI:NL:RVS:2024:1321
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorst uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende op 8 november 2021 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling. Op 24 maart 2023 wees de staatssecretaris het verzoek tot heroverweging van dit besluit af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 januari 2024, gerectificeerd op 2 februari 2024, het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en bepaalde dat de verblijfsvergunning met ingang van 15 april 2018 werd verleend.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee de uitspraak van de rechtbank zou worden geschorst totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De vreemdeling leverde een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van beide partijen aanleiding geven tot het treffen van een voorlopige voorziening. Hierdoor wordt de situatie in rechte hersteld zoals die was vóór de uitspraak van de rechtbank, en blijft de ingangsdatum van de verblijfsvergunning 9 december 2020 totdat het hoger beroep is beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De voorzieningenrechter schorst derhalve de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, in zaak NL23.12088, totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.