ECLI:NL:RVS:2024:1331

Raad van State

Datum uitspraak
29 maart 2024
Publicatiedatum
29 maart 2024
Zaaknummer
202401439/1/V3 en 202401439/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 92 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvragen

Bij besluiten van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 februari 2024 ongegrond verklaarde.

De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 4 maart 2024, maar het hogerberoepschrift werd daarna ingediend. De vreemdelingen maakten geen gebruik van de mogelijkheid om redenen aan te voeren voor de late indiening.

De voorzieningenrechter verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 29 maart 2024 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

202401439/1/V3 en 202401439/2/V3.
Datum uitspraak: 29 maart 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1], [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kind,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 23 februari 2024 in zaken nrs. NL24.3340 en NL24.3342 in de gedingen tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 23 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. F. van Dijk, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdelingen zijn in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten.
Overwegingen
1.       De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 4 maart 2024. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. De vreemdelingen hebben het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. De vreemdelingen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2024
873