ECLI:NL:RVS:2024:1358
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 februari 2024 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 29 februari 2024 over het interstatelijk vertrouwensbeginsel, en dat de huidige procedure zich niet leent voor dat onderzoek. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand ter hoogte van € 875,00.
De uitspraak werd op 29 maart 2024 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter E. Steendijk, in aanwezigheid van griffier J. Nouta.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet wordt overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.